Rendement uit adviesopdracht
"Halen overheden wel voldoende rendement uit advies- en interim-opdrachten?"
Alex De maesschalck
Gezien het beleid bij m.n. de Rijksoverheid om het inhuren van interim managers en adviseurs zoveel als mogelijk in te beperken, is en blijft de vraag naar het daadwerkelijke rendement van deze adviseurs en interimmers actueel. Vaak heb ik als interim manager en adviseur de vraag aan de orde horen stellen; wat is nu het juiste adviesbureau en hoe bepaal je dat?
Ja, zeker kunnen overheden meer rendement halen uit hun adviesopdrachten. In het artikel Overheden kunnen meer rendement halen uit adviesopdrachten gepubliceerd op aanbestedingsmakelaar.nl worden, vrij weergegeven, de volgende vier kritische kanttekeningen en constateringen geplaatst, die ik opvallend vindt en tevens vanuit mijn praktijk ook ken. Aan de hand van die kanttekeningen wordt de materie hierin verder uitgewerkt:
1-:"Opdrachtgevers hebben moeite met het helder formuleren van de adviesbehoefte en de adviesaanvraag. Ook specificaties ten aanzien van het gewenste resultaat blijken niet goed uitgewerkt, of geformuleerd."
Inderdaad is dit stelselmatig het geval. Dat wil echter niet zeggen dat organisaties en zeker overheden, niet de overtuiging hebben dat zij wel goed en zuiver de vraag hebben uitgezet. Ook niet dat zij niet voornemens zijn dat op dezelfde wijze te herhalen. Het probleem ligt hem veelal daarin dat de vraagstelling naar de adviesmarkt impliciet, of zelfs expliciet de wens, dan wel eis van zelfbevestiging van de eigen organisatiecultuur, of het zittende management inhoudt. De adviseur dient dus de cultuur en de gevestigde orde met zijn prestatie te bevestigen, te versterken, te verankeren. Maar wat als die cultuur en het management nu juist mede de oorzaak van het probleem vormen. Dat wordt dus "dweilen met de kraan open". Vervolgens is het van belang of de adviseur, dan wel het adviesbureau er om commerciële redenen belang bij heeft de opdrachtgever uit de droom te helpen met het afbreukrisico van beëindiging van de opdracht als gevolg. Ik kan de lezer verzekeren dat tot mijn ergernis er niet veel zijn die zó rigoureus te werk zullen gaan.
Stel nu dat opdrachtgevers (overheden in het bijzonder) de uitvraag en de opdrachtspecificatie door een externe, onafhankelijke adviseur laten analyseren en formuleren en die adviseur vervolgens ook de adviseur voor de vervolgopdracht laten werven. Zou dit dan tot betere resultaten leiden? De praktijk zoals ik zelf die ondervind wijst slechts op wisselend succes. Waarom dan? Wel, om redenen die ons nu in een soort van cirkelredenering brengen, aangezien de kernvraag naar wie is de juiste adviseur en welke het juiste adviesbureau in eerste instantie, nog niet beantwoord is. En al was dat wel zo, dan is daarmee nog niet gezegd dat wanneer adviesopdrachten, hoe goed ook uitgevoerd, kunnen en zullen beklijven in de organisatie. Dit laatste is een absolute noodzaak wil enige adviesopdracht als gereed en geslaagd beschouwd worden. een adviseur binnenhalen om een verandertraject te doen binnen een overheidsafdeling over de duur van zo'n vier maanden, wat je veelvuldig tegenkomt, kan misschien budgettair wel verklaarbaar zijn, maar effectiviteit lijkt binnen zon kort tijdsbestek op voorhand een illusie.
2- "Organisaties blijken moeite te hebben met het vinden van het juiste adviesbureau met de juiste kennis en ervaring."
Ja, het is ook zoeken naar een speld in een hooiberg. Ook de in zwang geraakte raamcontracten, als een bij overheden vermeend gevolg van de plicht tot EU-aanbesteden van adviesdiensten helpt niet mee. Men beperkt zich zo tot een shortlist van middels gekunstelde en niet-effectieve criteria geselecteerde adviesbureaus. In ieder geval ontnemen die overheden zich zo de mogelijkheid van het situationeel kunnen werven onder een grotere schare van deskundige adviseurs. Ik spreek hier met nadruk van adviseurs en niet van adviesbureaus. Een adviesopdracht zal voor het slagen vaak subject zijn van de juiste adviseur, hoogst persoonlijk, en niet van het adviesbureau. Dus ook de markt van de zg éénpitters is waardevol en nuttig voor overheden, maar door simplistische aanbestedingen, doorspekt met voor adviseursdiensten overbodige en zelfs discriminerende, overbodige en disproportionele eisen van financiële draagkracht, of nog erger, een omzet tot (maximaal) driemaal de waarde van de opdracht en verder nog de plichtmatige drie referenties, om maar te zwijgen van de vaak overbodige en dooddoener-eis van kennis en ervaring met "complexe politieke en bestuurlijke cultuur, processen en besluitvorming". Met name dit laatste is kennelijk een rigide, cultureel en institutioneel geworden bewustzijn in onze "Volksgeist" waarop men niet meer kritisch kan, noch wil reflecteren en a.h.w. als een molensteen hangt om de nek van iedere opdracht en adviseur. Hoe vaak worden adviseurs juist niet aangeboden en niet geselecteerd, of afgewezen door zowel de bureaus als de opdrachtgever-overheid, om deze reden, terwijl de kennis, ervaring, emphatisch vermogen en sensitiviteit en verdere specifieke, persoonlijke kwaliteiten verloochend worden. Legio. De adviesmarkt voor overheden heeft zich gevormd naar deze hier beschreven éénzijdigheid en "cultuur-inteelt" en kan ook niet, of nauwelijks nog anders leveren en presteren. Het kan ook niet anders, want waarom zou een bureau investeren in kwaliteit die niet verkoopbaar is, want de klant vraagt het niet. Dit laat onverlet dat ik weet en erken dat er binnen de traditionele pool van adviseurs veel zijn die uitstekende kwaliteit leveren. Kaf is echter erg nauwelijks nog van koren te scheiden.
3- "Organisaties kunnen niet terugvallen op inkoopafdelingen met een gedegen kennis van de adviesmarkt."
De vraag is of die organisaties, de overheden in het bijzonder, wel willen investeren in het kennen van die adviesmarkt. Zoals hierboven onder ad 1 en ad 2 betoogd is de kans daarop nihil. De argumenten reeds genoemd door het MKB m.b.t. tot het (impliciet) uitsluiten van het MKB bij aanbestedingen en ook door mijzelf in eerdere publicaties op de Pianoo site en in de Cobouw eind 2006 over hoe men omgaat met het aanbesteden in het algemeen en over de Nwe Aanbestedingswet, staan nog steeds recht overeind. Zij lijken echter slechts in te beperkte mate gehoor te vinden voor de amvb's in wording, voor nadere uitwerking van de raamwet die de Aanbestedingswet is. Het Consultatiedocument , eind 2007 door de Minister van Economische zaken verzonden aan verschillende maatschappelijke organisaties, over hoe zij voornemens is de amvb’s uit te werken, ging mijns inziens t.a.v. de omzeteis en de eisen van technische en beroepsbekwaamheid niet ver genoeg. Er wordt nog teveel ruimte gelaten voor inperking van de mededinging en is te weinig concreet in hoe MKB bedrijven gemakkelijker toegang zullen vinden tot deelname.
Het zou getuigen van gezond verstand en helaas ook van durf, indien overheden specifiek voor adviseurs en diensten in het algemeen, de deur wijd zouden openzetten voor individuele, hoogst persoonlijke kwaliteiten van adviseurs. Deze kun je slechts kennen, ook middels aanbestedingen, op basis van gesprekken en persoonskennis. Overheden vinden dit erg lastig en tijdrovend. Dit gaat wel aanmerkelijk verder dan een aantal CVs doornemen, slechts gepreselecteerd omdat die bol staan van zg overheids- en politiek-bestuurlijke ervaring. Een te verwachten argument van tijdrovendheid en hoge transactiekosten mag nooit meer relevant zijn gezien de constatering dat 25% van de adviesopdrachten geen rendement, of resultaat opleveren.
4- "Topmanagers en grote overheden vinden dat adviesbureaus meer resultaat- en oplossinggericht moeten werken en meer maatwerk mogen leveren."
Het maakt verschil uit of de opdrachtgever zich richt tot de adviseur als individu, of tot het bureau. Bij sommige bureaus ben je als (interim) adviseur, of associé niet eens welkom als je resultaatgericht bent en je jezelf niet volledig dienstig kan en wil maken aan het principe van "pappen en nathouden", de klant - althans de belanghebbende bij de klant - naar de mond praten, onder het mom van politiek-bestuurlijke sensitiviteit en empathie. Zó is het nl commercieel van belang te handelen, om de financiële bureau-targets te halen.
Op een congres ergens in 2007 heb ik ter zelfreflectie van partijen, de volgende kritische vraagstellingen geuit naar opdrachtgevers en adviseurs:
a- Wanneer acht u zelf de adviseur/interim manager/het bureau in wanprestatie, op grond daarvan dat deze ondeugdelijk geadviseerd, of gepresteerd heeft, terwijl naar objectieve maatstaven geoordeeld kan worden dat een professioneel adviseur, of adviesbureau in redelijkheid zó niet had kunnen adviseren? .
b- Wanneer acht u zelf dat de adviseur/interim manager/het bureau fraude pleegt, op grond daarvan dat deze (bewust) niet geadviseerd, of gepresteerd heeft zoals verwacht mag worden van een professioneel adviseur, of adviesbureau en dat naar objectieve maatstaven geoordeeld kan worden dat deze zich als direct gevolg daarvan, bewust meer honorarium dan passend bij de opdracht toeeigent, of tracht toe te eigenen, dan hem in redelijkheid had kunnen toekomen? .
Beide, de wanprestatie en zeker de fraude zullen binnen het Nederlandsche recht moeilijk te bewijzen zijn. De wanprestatie hardmaken wordt tegengewerkt door het in Nederland geldende en verder dan bv in de Anglo-Amerikaanse landen gaande beginsel van de inspanningsverplichting voor adviesopdrachten. Voorts werkt tegen, het door de opdrachtgever en zeker overheden opgeroepen "koekje van eigen deeg", dan wel de "sigaar uit eigen doos" bij de uitvraag en de selectie van het adviesbureau. Een beetje dus van "eigen schuld, dikke bult". Weinig ruimte lijkt er in het Nederlands recht voor de feitelijke realiteit dat een zuivere inspanningsverplichting binnen een koopovereenkomst, wat mijns inziens een adviesovereenkomst net zo goed is, nooit bestaat. De argumenten zoals ik die hierboven onder ad 1 t/m 4 noemde, als tekortkomingen aan opdrachtgevers-/overheidszijde zelf, ondermijnen het succesvol inroepen van de wanprestatie wel.
De trend in de Anglo-Amerikaanse wereld en naar het aanziet ook in het nieuwe Europese contractenrecht is dat van de resultaatsverplichting en zelfs de verplichting "Fit for Purpose" te leveren. Enkele hoogleraren in Ned, m.n. V.d Berg en Chao-Duijvis zijn van deze laatste ontwikkeling geen voorstander. Zelfs bij aanneming van werk, bepleiten zij nog ruimte voor de inspanningsverplichting. De contractsvrijheid (zeker in een globaliserende situatie) houdt de grotere aansprakelijkheid echter niet tegen. In tegendeel!
Anders dan wanprestatie lijkt binnen het Nederlands recht iets als fraude, dus binnen het strafrecht geplaatst, bij een slecht uitgevoerde adviesopdracht die juist daardoor lucratief blijkt voor het adviesbureau (m.n. doorbetaald worden voor herstel en verbetering), niet of nauwelijks hard te maken voor de rechter. De positie van de opdrachtgever is daarvoor te nadrukkelijk inhoudelijk en besluitvormend aanwezig. Dit kan anders worden wanneer de opdrachtnemer bewust en concreet de opdrachtgever heeft misleid en voorgelogen. Maar hoe bewijs je de desbewustheid?
Desalniettemin, als wij abstraheren van de juridische haarkloverij, maar redeneren vanuit professionalisme en ethiek, dan is zelfreflectie van opdrachtgever en opdrachtnemer / adviseurs op het eigen "willen" en het "zijn" mijns inziens van groot belang.
Zie ook Overheden kunnen meer rendement halen uit adviesopdrachten
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geen verrassingen achteraf, maar een eerlijke projectmatige aanpak en optimaal rendement voor uw aanbesteding door een team van aanbestedingsprofessionals met gedegen ervaring per produktgroep! Bel 070-3029040 of mail Info@inquest.nl










