Strategisch inschrijven de kop indrukken? ( deel II)
Ben de Vries
In mijn eerste column over “Strategisch inschrijven….” heb ik verwezen naar het vervolg over mogelijk aanpak van inschrijvers die niet conform de wensen van de aanbestedende dienst meedingen in een minicompetitie.
Die aanpak zou een zogenaamd waakvlam contract kunnen zijn. Ik versta daaronder dat er in ieder geval met een beoogd aantal inschrijvers raamcontracten worden afgesloten. Deze gecontracteerde partijen worden door middel van minicompetities de opdrachten aangeboden. Zij vormen de voorkeurgroep van leveranciers. Daarnaast worden de kandidaten, die in ieder geval aan minimale eisen en wensen voldoen, contracten aangeboden die pas in werking treden als de kandidaten uit de voorkeurgroep falen of het aantoonbaar laten afweten. Tot die tijd blijven de contracten op de “waakvlam” staan. Voor een leverancier in de tweede groep is het dus afwachten of er een leverancier uit de voorkeurgroep onderpresteert.
Indien er aantoonbare onderprestatie blijkt wordt de betreffende leverancier op het reservebankje geplaatst en de plaats wordt overgenomen door de eerst volgende best scorende leverancier uit de waakvlamgroep op de oorspronkelijke (Europese) aanbesteding. De wegvallende leverancier behoudt zijn contract, maar deze wordt getransformeerd in een zogenaamd waakvlamcontract en neemt achteraan de rij van alle leveranciers zijn plaats in. Dit onder voorbehoud dat de hierboven beschreven aanpak en regels opgenomen zijn in de oorspronkelijke aanbestedingdocumenten.
De aanbestedingsjurist die ik hierover geconsulteerd heb is echter terughoudend. Zijn oordeel is dat ook zogenaamde waakvlamcontracten op basis van artikel 32 van het Bao getoetst moeten worden. Zijn interpretatie is dat ook waakvlamcontracten onder de afgesloten raamcontracten vallen en dus dat alle contractpartijen (“raam” én “waak”) geconsulteerd moeten worden bij een mogelijke opdracht. Lees: alle partijen waarmee contracten zijn gesloten dienen in de gelegenheid gesteld te worden om een offerte in te dienen. Wel ziet de jurist kansen om bij onderpresteren van een raamcontractpartij deze (tijdelijk) te schorsen bij een volgende minicompetitie. Dit onder de voorwaarde dat hierover in de aanbestedingsdocumenten een reglement is opgenomen. Dit zou juridisch een kans van slagen hebben.
Over deze suggestie van de aanbestedingsjurist ben ik minder enthousiast, omdat het juist in de kaart kan spelen van strategische inschrijvers. Schorsing zou namelijk de mate van mededinging reduceren wat juist één van de doelen is van strategisch inschrijven.
Het doel moet zijn dat er in voldoende concurrentie aanbiedingen worden gedaan, waarbij de aanbestedende dienst in voldoende mate kan vertrouwen dat er op een faire manier zaken worden gedaan, waarbij andere marktpartijen niet de pas worden afgesneden. Dat is al een hele klus.
Ben de Vries
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geen verrassingen achteraf, maar een eerlijke projectmatige aanpak en optimaal rendement voor uw aanbesteding door een team van aanbestedingsprofessionals met gedegen ervaring per produktgroep! Bel 070-3029040 of mail Info@inquest.nl










