Europees aanbesteden: Onmogelijk, onnodig of anders ?!
Een onderzoek met verrassende resultaten!
Het thema van het onderzoek is Europees aanbesteden. Wat is de oorsprong, waartoe moest het dienen en wat is uiteindelijk het resultaat als we eind 2007 de balans opmaken? Naar het fenomeen Europees aanbesteden is al veel onderzoek gedaan, duizenden mensen hebben en houden zich ermee bezig. Velen zijn erop afgestudeerd en sommigen zijn er hoogleraar in geworden. Publicaties, wetenschappelijke verhandelingen, seminars, trainingen en toch lijkt het instrument op basis van de Europese (aanbestedings)Richtlijn niet goed te werken. De naleving, de invloed op kosten en besparingen is al veelvuldig onder de loep genomen en steeds wordt het cijfer van 1% genoemd waar het de mate van internationaal zaken doen (cross-border-trade) betreft. Toch is er nog weinig tot geen statistische onderbouwing te vinden voor de vaak genoemde 1%. Het lijkt een getal met een eigen leven waarbij we elkaar napraten terwijl er in Nederland geen empirisch onderzoek aan ten grondslag ligt.
Peter Tanghe heeft een thesis gemaakt en voorgelegd als afsluiting van de parttime studie Public Sector MBA ter verkrijging van de graad Master of Business Administration (MBA). Op aanbestedingsmakelaar.nl vindt u zijn conclusies en aanbevelingen incl zijn complete "Thesis", lees verder.
Deze thesis heeft als doel, het doen van onderzoek naar deze materie onder de werktitel
“Is Europees Aanbesteden ook Europees contracteren?” Hierbij is gekozen voor de volgende Probleemstelling:
“In welke mate spelen in het buitenland gevestigde bedrijven een rol bij door de Nederlandse Rijksoverheid uitgeschreven Europese Aanbestedingen en resulteert dit in internationale marktwerking (op het gebied van Leveringen en Diensten).”
De daarbij geformuleerde hypothese luidt:
Ondanks Europese aanbestedingen is er nauwelijks sprake van cross-border-trade
(de ervaring leert dat er nauwelijks in het buitenland gevestigde bedrijven zijn die inschrijven op Europese Aanbestedingen in Nederland).
Doelstelling
Door dit onderzoek wil ik ten eerste bewijzen dat mijn hypothese klopt, ten tweede wil ik aantonen wat daarvan de oorzaak is, ten derde wil ik onderzoeken of cross-border-trade zinvol is en ten vierde wil ik verbetermogelijkheden aanreiken waarmee de Europese Commissie, maar ook Nederland, haar voordeel kan doen.
Daartoe is de volgende doelstelling opgesteld:
“Het verschaffen van inzicht in “cross-border-trade” (conform definitie ), de mate waarin in het buitenland gevestigde bedrijven opdrachten gegund krijgen van de Nederlandse Rijksoverheid. Het doen van voorstellen hoe deze cross-border-trade (van het buitenland naar Nederland) gestimuleerd kan worden.”
Structuur:
Bij het onderzoek is gewerkt volgens een onderzoeksmodel conform de Delphi-methode.
Er is in het onderzoek gebruik gemaakt van respondenten, informanten en deskundigen als data- en kennisbronnen. Naast deze praktijkbronnen is ten behoeve van literatuurstudie gebruik gemaakt van theoriebronnen. Het onderzoek is opgebouwd uit een kwantitatieve analyse waarin binnen de gehele Rijksoverheid door middel van 1.000 Europese aanbestedingen statistisch bewijs is verzameld waarmee de hypothese al dan niet kon worden bewezen. Hiertoe zijn inkopers van alle ministeries benaderd met het verzoek cijfers op te leveren. Daarnaast diende de kwalitatieve analyse om nadere invulling te geven aan de geformuleerde doelstelling. De kwalitatieve analyse bestond uit een pré-analyse waarin het “probleem” getoetst werd waarna de onderzoeksvraag nog kon worden aangepast, het uiteindelijke onderzoek en tenslotte een expertmeeting om de voorlopige conclusies en -aanbevelingen te toetsen en valideren en zo te komen tot de eindconclusies en -aanbevelingen.
Bij een zestal experts is de pré-analyse getoetst. Dit leidde tot de conclusie dat het probleem er wel is, dat het ook herkend wordt, echter dat het ook niet direct een groot probleem is. Tevens kwam eruit naar voren dat er nog nagenoeg niet(s) over dit probleem/onderwerp geschreven of gepubliceerd is. Dit betekende dat het oorspronkelijk onderzoek werd voortgezet maar tevens dat de definitieve opzet van het onderzoek met een verdiepingsslag werd uitgebreid waarin kwalitatief onderzoek is gedaan naar
de impact van de Europese Aanbestedingsrichtlijnen voor Nederland.
Voor het oorspronkelijke onderzoek zijn 22 mondelinge interviews gevoerd, voor het verdiepingsonderzoek zijn nog eens 12 schriftelijke interviews afgenomen.
In de beide interviews zijn drie vragen gesteld. De grote groep geïnterviewden en het feit dat deze groep vrij heterogeen was leidde tot een grote hoeveelheid antwoorden. Uit deze antwoorden zijn de voorlopige conclusies per hoofdstuk afgeleid en de onderzoeksvragen beantwoord waarna de voorlopige conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn geformuleerd. De antwoorden op de onderzoeksvragen, de voorlopige conclusies en -aanbevelingen zijn vervolgens getoetst in een expertmeeting. Ze zijn aan een viertal experts ter validatie voorgelegd waarna de eindconclusies en -aanbevelingen zijn geformuleerd.
Het onderzoek heeft geleid tot de volgende eindconclusies en -aanbevelingen:
Conclusies en aanbevelingen onderzoeksdeel 1 (cross-border-trade)
Conclusies onderzoeksdeel 1
- Er is nauwelijks sprake van cross-border-trade. Bij de nagenoeg 1.000 Europese Aanbestedingen bleek dat er slechts in 0,51% van de door de Rijksoverheid doorlopen Aanbestedingen sprake was van cross-border-trade;
- Cross-border-trade heeft geen zin c.q. toegevoegde waarde en dus gebeurt het niet, tenzij het specialistische producten/diensten betreft;
- Internationale marktwerking is binnen de EU door de markt al goed georganiseerd in de ketens alvorens er Europees wordt aanbesteed. Daarmee zijn de betreffende Europese doelstellingen (Lissabon-agenda) al gehaald;
- Europees Aanbesteden kan een negatieve toegevoegde waarde opleveren vanwege het feit dat er veelal slechts zaken wordt gedaan met de grotere “generalisten”. Kleinere, vaak innovatieve, partijen hebben daardoor minder kans hetgeen uiteindelijk contraproductief kan werken. Dit betreft echter niet alleen de publieke organisaties en dus de Europese Aanbestedingen, hierbij spelen ook de private organisaties een rol;
- Wat er mist om cross-border-trade beter mogelijk te maken zijn internationaal (Europees) erkende specificaties/productnormen en ook dito certificeringen.
Aanbevelingen onderzoeksdeel 1
Ondanks dat er weinig toegevoegde waarde is om meer aan cross-border-trade te doen op basis van Europese aanbestedingen zijn er een aantal verbetermogelijkheden geformuleerd.
- Onderzoek de mogelijkheden om te gaan werken met internationaal erkende specificaties en productnormen. Dit is het meest belangrijke aspect om internationaal (Europees) zaken te kunnen doen. is Er zou tevens een Europees Keurmerk moeten komen in de plaats van landelijke certificeringen;
- Neem een verplichting op om een Europese marktconsultatie uit te voeren bij projecten ter waarde van meer dan de Europese drempelwaarde van 4 miljoen euro (zie 3.1 onder “aanbevelingen onderzoeksdeel 2”). Vervolgens dienen “passende” bedrijven ook actief uitgenodigd te worden;
- In de Amvb's vastleggen dat men verplicht wordt ook offertes in het Engels en het Duits te accepteren.
Conclusies en aanbevelingen onderzoeksdeel 2 (Europees Aanbesteden in Nederland)
Conclusies onderzoeksdeel 2
- Europese Aanbestedingen hebben veel opgeleverd binnen Nederland op het gebied van professioneel inkopen. Dit heeft gevolgen gehad voor prijsontwikkelingen, kwaliteit, innovatie, concurrentie, transparantie en marktwerking;
- Het kan en moet nog beter. Er is namelijk ook veel wantrouwen ontstaan en een grote mate van onrust en ontevredenheid bij zowel aanbesteders/opdrachtgevers als bij aanbieders/opdrachtnemers (markt/bedrijfsleven). Juridisering, “angst” voor elkaar, risicomijdend gedrag, doorschieten in bureaucratie, ergernis en dikke pakken papier heeft dit wantrouwen intussen opgeleverd en hierin moet een doorbraak worden geforceerd. Overheid en markt/bedrijfsleven hebben elkaar hard nodig;.
- De Richtlijnen zijn overbodig geworden zodra er sprake is van professioneel ingerichte en werkende inkoopafdelingen (toetsing door middel van Purchasing Excellence Publiek-PEP). Instanties en interne afdelingen als de Departementale Audit Dienst (DAD) en Interne Audit-afdeling (IA) dienen ter controle op naleving;
- Er is geen mogelijkheid tot differentiatie in de wijze van Europees Aanbesteden. Voor de soort zaken in het strategische- en knelpuntkwadrant (waar het draait om partnership, procesgang, samenwerking over een langere termijn, een wederzijds belang bij de relatie en een zekere afhankelijkheid) zou een andere strategie gevolgd moeten kunnen worden.
Aanbevelingen onderzoeksdeel 2
- Werk als Overheid en markt/bedrijfsleven als gelijkwaardige partijen samen binnen de kaders van de Richtlijnen. Aandachtsgebieden:
- Werk volgens de regels, de Richtlijnen zijn een feit en gegeven én een goede inkooptool, draag dit met elkaar ook uit;
- Wees binnen het toepassen van de Richtlijnen creatiever in het gebruik ervan;
- Sta open voor elkaar als Overheid en markt/bedrijfsleven;
- Ontwikkel een gedragscode met daarin aspecten als respect, integer en professioneel. - Stel een onafhankelijk meldpunt/aanbestedingsautoriteit in. Er is al een soortgelijk bureau PIANOo, maar deze werkt voor de Overheid. Een bureau als PIANOo werkt erg goed maar het verdient aanbeveling om ook de markt/bedrijfsleven als doelgroep op te nemen en met uitbreiding van de taakgebieden alle genoemde partijen te ondersteunen. Taakgebieden (o.m.):
- Verhoog het kennisniveau aan zowel de kant van de Overheid als de kant van de markt/bedrijfsleven;
- verhoog de “sense of urgency” bij bestuurders en opdrachtgevers, de top;
- Waak over de zuiverheid en het naleven van de Richtlijnen;
- Fungeer als meldpunt voor misstanden. - Zorg voor een structurele en belangrijke administratieve lastenverlichting door middel van de volgende maatregelen: 3.1 Verhoog de Europese drempelwaarden en breng hierin differentiatie aan zoals hieronder weergegeven:
-Tot 1 miljoen euro mag er meervoudig Nationaal onderhands worden aanbesteed. Voorwaarden zijn dat er nationaal minstens 5 leveranciers zijn en er conform een beperkt regime van de voorwaarden in de Richtlijnen gewerkt wordt. Een onderzoekscommissie dient dit beperkte regime nader inhoud te geven;
- Tussen 1 en 4 miljoen euro mag er Nationaal worden aanbesteed. Dit betekent Nationaal publiceren. Voorwaarden zijn dat er nationaal minstens 5 leveranciers zijn en er conform een beperkt regime van de voorwaarden in de Richtlijnen gewerkt wordt;
- Boven 4 miljoen euro dienen de Richtlijnen te worden gehanteerd zoals dat nu verplicht is. 3.2: Een (inkoop)organisatie krijgt vrijstelling van het verplichte gebruik van de Richtlijnen zodra door deze organisatie op de PEP-audit voor álle 14 processen een gemiddelde score wordt behaald van 5 of hoger. Zodra hieraan wordt voldaan werkt de inkooporganisatie zo professioneel dat de Richtlijnen slechts belemmerend werken en geen enkele toegevoegde waarde meer zullen/kunnen opleveren. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
- De inkoopafdeling wordt jaarlijks door een gecertificeerde PEP-auditor geaudit;
- Publicatie blijft verplicht met inachtneming van de differentiatie zoals onder 3.1 aangegeven (<1 mio; 1-4 mio; >4 mio euro);
- Bij publicatie van een gunningresultaat is het mogelijk dat de aanbestedingsautoriteit onaangekondigd een controle komt uitvoeren zoals dat bij APK-keuringen in de autobranche plaats vindt;
- Verdere controle op naleving vindt, zoals nu al gebruikelijk, plaats door IA en DAD; - Onderzoek de mogelijkheden om differentiatie in de wijze van Europees Aanbesteden aan te brengen. Hiertoe dient door of binnen de EC een commissie ingesteld te worden om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden op dit gebied binnen de Richtlijnen dan wel door aanpassingen in de Richtlijnen. Er zou onderzoek moeten plaats vinden naar de mogelijkheden om de verschillende kwadranten, althans de inkoopsegmenten daarin, op een gedifferentieerde wijze aan te besteden. Lastig daarbij zal het duiden van de inkoopsegmenten zijn omdat deze niet per definitie in een kwadrant thuis horen maar afhankelijk van de organisatiespecifieke inkoopportfolio en -doelstellingen geplaatst worden.
Het Rapport van Peter Tanghe is hier te downloaden: Europees aanbesteden, onmogelijk, onnodig of... anders?
* Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ) 0651-603917
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geen verrassingen achteraf, maar een eerlijke projectmatige aanpak en optimaal rendement voor uw aanbesteding door een team van aanbestedingsprofessionals met gedegen ervaring per produktgroep! Bel 070-3029040 of mail Info@inquest.nl










