Strategisch inschrijven mogelijk?
De Staat had een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd voor “Dienstverlening op het gebied van inkoop”. De opdracht had betrekking op 3 percelen. Een van de voorwaarden voor de percelen 1 en 2 was dat de vaste opslagkosten voor de dienstverlening van het detacheringsbureau, per uur uitgedrukt in euro’s, separaat dienden te worden vermeld. Dit werd ook als een van de subgunningscriteria gehanteerd. Een van de inschrijvers had in het prijzenformulier € 0,- ingevuld bij de opslagkosten.
De Staat heeft de inschrijving vervolgens als ongeldig aangemerkt op grond waarvan de zij deze buiten beschouwing heeft gelaten. De Staat stelde zich in kort geding op het standpunt dat de inschrijver ten onrechte heeft opgegeven dat de opslagkosten voor de dienstverlening van haar bureau € 0,- bedroegen. De inschrijver heeft erkend, aldus de Staat, dat zij naast haar eigen personeel ook externe adviseurs zal inzetten en dat zij daarvoor additionele kosten zal maken. De Staat maakte daaruit op dat de inschrijver ruimte heeft gevonden om die kosten te verdisconteren in haar tarieven en dat is volgens de Staat in deze aanbesteding niet toegestaan.
De inschrijver stelde zich op het standpunt dat de Staat haar inschrijving ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten omdat in de aanbestedingsdocumenten geen beperking wordt geformuleerd met betrekking tot de hoogte van de te offreren opslagkosten.
De inschrijver gaf aan dat zij met adviseurs werkt die voor het overgrote deel bij haar in dienst zijn en die een salaris ontvangen. Uit het verschil tussen het tarief en het salaris worden de inhuur gebonden kosten betaald en maakt zij winst. De opslagkosten die de inschrijver moet maken voor de inzet van het kleine percentage zzp’ers (minder dan 5%) neemt zij voor haar eigen rekening. Gelet op het grote belang van de opdracht voor de inschrijver, heeft zij er voor gekozen om toch voor € 0,- aan opslagkosten te offreren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat terecht niet heeft betwist dat de inschrijver onder de kostprijs mocht offreren en dat opgave van € 0,- voor opslagkosten van externe adviseurs niet bij voorbaat was uitgesloten. Het ging derhalve om de vraag of de inschrijver de opslagkosten voor de dienstverlening van het detacheringsbureau heeft verdisconteerd in haar tarieven, zoals de Staat stelt. De voorzieningenrechter oordeelde dat niet aannemelijk is geworden dat de inschrijver de opslagkosten van de externe adviseurs heeft verdisconteerd in de tarieven omdat de inschrijver onweersproken heeft aangevoerd dat zij voor haar vaste adviseurs geen opslagkosten maakt omdat deze in dienst zijn en zij voorts onweersproken heeft aangevoerd dat zij voor (het geringe aantal) externe adviseurs dezelfde tarieven aan de Staat berekent als voor haar interne adviseurs.
De voorzieningenrechter heeft verder aangegeven dat het bij dit alles van belang is dat de Staat de inschrijver aan de door haar geoffreerde prijzen kan houden en dat de tarieven voor de Staat transparant zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de betreffende aanbieding ter zijde te leggen. Omdat tussen partijen niet in geschil was dat de opdracht voor de percelen 1 en 2 aan inschrijver zou zijn gegund indien haar aanbieding als geldig was beschouwd, heeft de voorzieningenrechter de Staat het gebod opgelegd om binnen 14 dagen zijn voorlopige gunningsbeslissing voor de percelen 1 en 2 in te trekken en indien hij de opdracht nog wenst te gunnen, binnen diezelfde termijn een nieuwe gunningsbeslissing te nemen waarbij de opdracht (mede) wordt gegund aan de betreffende inschrijver.
Vonnis in kort geding 26 november 2008 – Rechtbank Den Haag
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geen verrassingen achteraf, maar een eerlijke projectmatige aanpak en optimaal rendement voor uw aanbesteding door een team van aanbestedingsprofessionals met gedegen ervaring per produktgroep! Bel 070-3029040 of mail Info@inquest.nl










